• Er bestaan acht redelijke ontslaggronden, a tot en met h. De e-grond is ‘verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer’. De werkgever moet aannemelijk maken dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of juist nalaten van de werknemer. 


  • De regeling voor ontslag op staande voet, formeel ‘opzegging wegens een dringende reden’ geheten (artikelen 7:677 BW - 7:679 BW), is sinds de invoering van de nieuwe Wet Werk en Zekerheid inhoudelijk gelijk gebleven. Bij een ontslag op staande voet is geen toestemming van het UWV of ontbinding door de kantonrechter vereist. Ook geldt er geen opzegtermijn.


  • De STECR richtlijn is een formele richtlijn zonder wettelijke status. Het UWV en de rechter vinden de STECR richtlijn normerend bij hun toets op reïntegratie-inspanningen. 
    Twee vragen staan centraal bij de STECR richtlijn:
    1. Is de werknemer wel of niet ziek?
    2. Is er een arbeidsconflict?


  • Een arbeidsmediation die resulteert in een beëindiging van de arbeidsrelatie is een voorbeeld van ‘ontslag met wederzijds goedvinden’. Werkgever en werknemer leggen hun afspraken vast in een vaststellingsovereenkomst.